17
‘Niet te geloven dat je echt een date hebt met je schoolliefde.’ Emelie zat vrolijk croissantjes te eten in bed, ondanks mijn herhaalde waarschuwing geen kruimels achter te laten tussen de lakens. Ik was alle kleren die ik bij me had aan het passen. Niets voelde goed. Rode Rachel had het vanochtend op de een of andere manier laten afweten en ik was even nerveus als een kandidaat voor The X Factor die alleen meedeed omdat haar vader haar op zijn sterfbed had laten beloven een poging te wagen.
‘Het wordt helemaal fantastisch. Met die man ga je trouwen.’
‘Fijn, als iemand zo’n druk op je uitoefent,’ mompelde ik in de spiegel aan de deur. ‘En? Hoe vind je dit staan?’
Ik had gekozen voor het blote, lichtgele zonnejurkje met de witte zwaluwtjes, dat tot vlak boven mijn knie viel, en daarbij witte ballerina’s en, omdat ik dit tegemoet moest treden zonder mijn superzelfverzekerde alter ego, een vestje. Je wist maar nooit.
Em knikte en slikte een stukje croissant door.
‘Ja, mooi.’ Ze begon een minimuffin in stukjes te verbrokkelen. ‘Jij gaat trouwen met je jeugdliefde en waarschijnlijk trouw ik uiteindelijk met die hoerige broer van je. Net als in een film.’
‘Daar moet je geen grapjes over maken.’ Ik begon aan mijn haar, trok lokjes naar achteren, liet ze weer rond mijn gezicht vallen en trok ze dan weer naar achteren. Waarom leek niets goed? Waarom was dit zo moeilijk? ‘Je weet dat ik dat mijn grootste vijand niet zou toewensen.’
‘Ik weet het niet,’ zei Emelie. ‘Ik denk dat hij en Ana een goed setje zouden vormen. Als ik haar niet te vlug af ben.’
‘Emelie,’ zei ik jammerend. Dit gesprek droeg er niet toe bij dat ik mijn fijne, rustige zelf zou worden. ‘Hou op. Vind je Paul echt leuk of is dit een wanhoopskreet?’
Ze trok haar meest aantrekkelijke varkenssnuitje en inspecteerde nog een muffin. ‘Ik weet het niet.’ Ze propte een stukje in haar mond. ‘Ik weet dat jij het walgelijk vindt, maar denk je niet dat het tijd wordt dat ik het idee van een vriendje een keer uitprobeer?’
‘Ja, zolang het niet mijn broer is.’ Ik greep snel een koffiebroodje van het blad voordat zij het pakte. ‘En niet omdat het weerzinwekkend is, maar omdat hij niet goed genoeg voor je is.’
‘Al zou hij me elke avond voor mijn raam een serenade brengen, dan nog zou je hem niet goed genoeg voor me vinden,’ bracht ze te berde. ‘Je zult hem nooit anders kunnen zien dan als je broer.’
Ik dacht weer aan wat Jenny had gezegd over ‘de ware’. Zag Em Paul op die manier? Had ik al die jaren tussen hen in gestaan? Als mijn maag er niet al bijna van omdraaide, zou ik me vreselijk voelen.
‘Jezus, wat een heerlijke stad.’ De deur zwaaide open en Matthew stoof binnen, nog steeds in de kleren die hij zondagochtend droeg toen we vertrokken. En met het tijdverschil van vijf uur was dat meer dan vierentwintig uur geleden. Hoewel, te oordelen aan die kleding en zijn gezicht, hadden ze die nacht beide op de vloer doorgebracht. ‘Ik heb iemand leren kennen.’
‘Je meent het.’ Ik strekte mijn armen en draaide rond om zijn goedkeuring te vragen.
‘Je ziet er beeldschoon uit,’ zei hij, terwijl hij uit zijn kleren stapte en naar de douche liep. ‘Echt beeldschoon.’
‘Zeg, loop jij nou ineens naakt?’ riep Em toen zijn boxershort op de grond viel. ‘Ik zit te eten. En ik dacht dat jij de meest preutse persoon ter wereld was?’
‘Dat ik jullie niet naakt wil zien, betekent niet dat jullie dit privilege niet vergund is.’ Matthew maakte een zwierige buiging voordat hij de douchecabine in schoot. ‘Waar ga je heen?’
‘Brunchen met Ethan.’ Ik haalde nog een keer diep adem, blies uit en pakte mijn tas. ‘Is het warm buiten?’
‘Weet ik niet, ik ben het hotel niet uit geweest,’ riep hij boven het ruisende water uit. ‘Ik liep beneden een heerlijke kunstschilder tegen het lijf. Hij heet Dallas; hij logeert hier altijd als hij in de stad is. Hij woont ergens in een gat waar ze dingen moeten doodmaken om eten te hebben.’
‘Móéten ze die doodmaken?’ Em klonk sceptisch.
‘Ik zeg niet dat er geen Tesco in de buurt is, maar om even een beeld te schetsen,’ zei hij terwijl hij zich inzeepte. ‘Het was in elk geval een schitterende openingszin.’
‘Ik moest maar eens gaan,’ zei ik met een blik op mijn horloge. Ik probeerde het misselijke gevoel in mijn maag te negeren. Vlinders waren genoeg geweest. ‘Zie ik er echt goed uit?’
‘Schattig,’ bevestigde Em. ‘Als ik je sinds je zestiende niet had gezien, zou ik erg onder de indruk zijn.’
‘Ik zag er vreselijk uit op mijn zestiende.’ Ik frummelde nog wat aan mijn haar voor ik mijn tas over mijn schouder hing en controleerde of ik de sleutel had. ‘Met een beugel, haarlak, en broeken met een omslag van acht centimeter. Ik zag er niet uit.’
‘Dan kun je nu alleen maar meevallen.’ Ze nestelde zich op het bed en zette de tv aan. ‘Hij verwacht een meisje van zestien dat er niet uitziet. En wat hij voorgeschoteld krijgt is een beeldschone vrouw van achtentwintig.’
‘Dat is waar,’ mompelde ik. ‘Wens me succes.’
‘Succes,’ zei ze wuivend. ‘Sms me even wat je aan het doen bent.’
Matthew tekende een smiley op de beslagen wand van de cabine en zwaaide. Daarna tekende hij een gigantische penis en stak zijn duimen op. Dat leek me het juiste moment om te vertrekken.
Zelfs in het drukke café zag ik Ethan onmiddellijk. Tussen alle coole vogels in flanellen overhemd en beanie hadden zijn grote blauwe ogen en zijn lichtblonde haar het effect van een vlag op een modderschuit. Hij zag er nog precies hetzelfde uit. Totdat hij opstond. Terwijl ik de afgelopen tien jaar had doorgebracht met vader en moedertje spelen en billen van topmodellen poederen, leek het erop dat Ethan al die tijd aan gewichtheffen had gedaan. Hij was enorm. Echt enorm. Hij ontmoette mijn blik, keek nog eens naar mijn haar, zodat ik me ineens herinnerde dat het knalrood was in plaats van donkerblond, en wuifde. En plotseling was het weer helemaal White Musk van The Body Shop, Robbie Williams en een pakje Chipsticks.
‘Rachel?’ Zodra ik binnen grijpafstand was, sloeg hij zijn armen om me heen in een knellende omhelzing. Dus het was echt waar dat afstand wonderen deed voor de liefde. Vroeger kon ik hem niet eens bladmuziek aanreiken zonder van kleur te verschieten. ‘Wat heerlijk om je te zien.’
‘Vind ik ook.’ Ik durfde bijna niet te gaan zitten. Hij was zo knap. De foto’s op Facebook hadden hem niet echt recht gedaan; hij was gewoon geweldig om te zien. Hij zag er zo ontzettend mannelijk uit, dat ik elk moment verwachtte dat hij een stuk hout onder de tafel vandaan zou halen om te schuren, of dat een gigantische goudblonde labrador zou opspringen om zijn gezicht te likken. Als ik hem tenminste niet voor was. Niet mijn gebruikelijke type, maar je kunt niet alles hebben. Vooral wanneer het ging om de keuze tussen Adonis of niets.
‘Je ziet er fantastisch uit.’ Ethan greep het glas water dat voor hem stond. ‘Ik denk niet dat ik je op straat herkend zou hebben. Je was altijd zo’n wildebras. En dat haar! Wauw!’
Ik zat in een café in Toronto met Ethan Harrison. Dé Ethan Harrison. Als in ‘Rachel houdt voor eeuwig van Ethan’, zoals ik vroeger in bomen kraste. Ethan Harrison. Zucht, zwijmel, boem.
‘Jij bent niets veranderd.’ Behalve dan die spieren, en geen beugel meer, en die spieren, en dertig centimeter langer. En die spieren. Ik kon hem niet recht aankijken, dus richtte ik mijn blik op de kraag van zijn witte poloshirt en beloofde mezelf langzaam omhoog te kijken. ‘Je klinkt wel een beetje anders.’
‘Ja, ik geloof dat ik het accent heb overgenomen,’ zei hij lachend. ‘Mijn vader is Canadees, dus ik heb thuis altijd die neusklank gehoord. Toen we hier gingen wonen, ging het gewoon automatisch.’
‘Een van mijn beste vrienden komt uit Montreal, dus ik ben eraan gewend.’ Ik bestelde koffie en verschoof mijn blik naar zijn kin. Een mooie, stevige, vierkante kaak. Zijn stroblonde haar krulde rond zijn oren en hoewel het een stuk korter was dan vroeger, begon mijn hart sneller te slaan bij de gedachte dat het nog net lang genoeg was om het uit zijn ogen te vegen. Als ik mijn handen tenminste van de tafel durfde halen. In een café in Canada. Tegenover Ethan Harrison. Waar zat Rode Rachel eigenlijk? De zestienjarige Rachel was hier helemaal niet tegen opgewassen.
‘Vreemd hè?’ Ethan krabde op zijn hoofd en zijn biceps spande zich tegen de zoom van zijn mouw. Zijn armen waren nog kolossaler dan die van Dan. Niet dat ik aan Dan zat te denken. ‘Als je me tien jaar geleden had gezegd dat jij en ik hier nu zouden zitten, zou ik je niet hebben geloofd.’
‘Dat is de laatste tijd een terugkerend thema,’ beaamde ik, en ik bande alle gedachten aan Londen uit mijn hoofd. ‘Maar eerlijk gezegd, als je me een week geleden had gezegd dat ik hier zou zitten, had ik je ook niet geloofd.’
‘Is het een lastminuteopdracht?’ vroeg hij. ‘In Vancouver?’
Ik staarde hem net iets te lang aan. ‘Ja. In Vancouver. Last minute.’ Ik knikte. ‘Het is een fotoshoot. Voor een tijdschrift.’
‘En jij bent visagiste?’ Hij klonk verbaasd, maar glimlachte nog steeds. ‘Vreemd. Ik kan me niet herinneren dat jij bij dat groepje meisjes hoorde.’
‘Wat voor meisjes?’ Ik wilde altijd graag horen wat anderen van me dachten. Behalve van Dan. Ik hoefde nooit meer te horen wat Dan van me dacht. Want ik dacht niet aan Dan. Grrr.
‘Ik bedoel het niet negatief.’ Zijn wangen vertoonden een aanbiddelijk blosje. Ooh. ‘Maar er was toen een stel meisjes die make-up droegen op school. De Lipglossmeisjes. Zo noemde ik ze.’
‘De Lipglossmeisjes?’ zei ik lachend, want ik wist precies over wie hij het had. Ik was waanzinnig jaloers op hen geweest. ‘Wat vreselijk.’
‘Je weet wel, Louise en Claire en al die anderen – ze waren zo’n beetje de hele dag bezig met die ranzige lipgloss.’ Hij trok een vies gezicht toen een zeer knappe ober met een zwart gebreid mutsje koffie rondbracht. Op grond van mijn beroepservaring zou ik zeggen: een model. Op grond van mijn ervaring met bestellen bij een model dat als ober werkte wist ik dat hij ons absoluut het verkeerde zou brengen.
‘Ik weet nog dat ik vond dat het net was alsof ze lijm op hun mond smeerden. Wie zou daarmee willen zoenen?’
‘Ja, ik was daar toen helemaal niet mee bezig.’ Ik perste mijn eigen lipglosslippen op elkaar en wenste de plakkerige glans weg. ‘Maar ik vind het enig werk. Ik ontmoet veel interessante mensen.’
‘Echt?’
‘Nee,’ zei ik meteen. ‘Ze zijn bijna allemaal afgrijselijk. Vreselijk gewoon.’
‘Je was altijd al grappig.’ Ethan legde een hand over de mijne. Ik probeerde geen attaque te krijgen. ‘Het is echt fijn om je te zien. Ik moet zeggen, ik ben op het ogenblik zeer te spreken over het internet. Dit maakt al die verschrikkelijke onlineafspraakjes die ik heb gehad goed.’
‘Ben je een fan van datingsites?’ Ik probeerde het terloops te brengen, maar ik moest het weten. Er moest iets afgrijselijk mis met hem zijn wat me ontging. Was hij een nazisympathisant? Een gamefreak? Een dierenbeul? Er moest iets goed mis zijn met hem, of met alle vrouwen in Canada. Het scheelde heel weinig of ik deed hem een aanzoek met een uienring.
‘Niet echt.’ Hij liet mijn hand los. Mijn hart viel in duizend kleine stukjes uiteen. En de kans bestond dat ik leed aan een zwaar geval van overdreven monologue intérieur. ‘Ik ben nog niet zo lang single. Mijn ex en ik zijn eerder dit jaar uit elkaar gegaan en ik heb zo’n beetje de hele zomer lopen chagrijnen. Nu begint de school weer bijna. Ik heb het gewoon te druk om echt te daten. Het is hard werken hier.’
Maar je zou het niet te druk hebben voor een relatie op lange afstand met je jeugdliefje, dacht ik. Ik vroeg me af of hij zaterdag iets te doen had. Misschien liep ik een beetje op de zaken vooruit.
‘En jij?’ Hij keek me aan. ‘Veel online bezig?’
‘Poeh.’ Ik snoof verachtelijk. Heel sexy. ‘Niet echt. Ik ben ook nog niet zo lang single.’
Toen ik alles bij elkaar optelde, na het drankje met mijn nieuwe beste vriendin die avond ervoor, was het in totaal minder dan twee maanden in twaalf jaar. Ik had voor het eerst een vriendje gekregen op mijn zeventiende, en Simon en ik waren acht dagen uit elkaar. Geen wonder dat ik hulp nodig had.
‘Best een goeie tent hier.’ Hij gebaarde rond nadat we ons ontbijt hadden besteld. Ik had een broodje besteld, precies zoals werd aangeprezen op de kaart. Ethan had geprobeerd een variant te bestellen, maar zijn verzoek was met veel verwarring door de hippe ober ontvangen. Als ober was hij een fantastisch model. Ik verwachtte eerdaags de make-up voor zijn Armani-ondergoedcampagne te doen. ‘Vrienden van me komen hier wel eens, maar ik ben er nooit eerder geweest.’
‘Ja, ik heb gehoord dat het een populaire tent is,’ beaamde ik. Ik had al besloten voor me te houden dat ik alleen maar in The Drake logeerde omdat de beste vriend van mijn homoseksuele vriend hier elke keer dat hij er kwam een wip maakte. Waarom zou ik de mystiek verpesten?
‘En, wat zijn je plannen in Toronto?’ Ethan stak zijn hand over de tafel uit om de mijne te drukken. Ik zou beslist een beroerte krijgen. ‘Je bent hier vandaag en morgen, toch?’
‘Klopt. Twee dagen, en dan naar Vancouver.’ Ik was eigenlijk een zeer bedreven leugenaar als ik mijn verhaal eenmaal klaar had. Ik stelde me voor dat me dit goed zou uitkomen als ik ooit Simons mysterieuze verdwijning zou moeten verklaren. ‘Maar ik heb nog geen echte plannen. Ik heb de styliste gisteravond al ontmoet.’
Dat was niet zozeer een leugen; technisch gesproken was Jenny ten slotte styliste.
‘En, wil je dat ik je een rondleiding geef?’ Hij lachte weer even zijn witte tanden bloot en ik voelde dat ik van top tot teen bloosde. ‘Ik ben geen geweldige gids, maar ik weet wel een paar bezienswaardigheden die de moeite waard zijn.’
Ik was volkomen tevreden met de bezienswaardigheid die nu voor me zat, maar het was altijd aardig om je meegaand op te stellen.
‘Klinkt goed,’ zei ik. ‘Heel graag.’
Ik werd al snel verliefd op Toronto. Dat kon ook bijna niet anders, met die charmante gids en die vreselijk vriendelijke mensen, om nog maar te zwijgen van de hoeveelheden esdoornsiroop die bij elk gerecht werden geserveerd. Tegen het middaguur bestond ik voor vijfennegentig procent uit suiker. En ik voelde me er heerlijk bij.
Na het ontbijt gingen we de straat op. Ethan wees me op alle kunstgaleries, vintage boetieks en elke hond die langsliep. Alles was die ochtend ontzettend schattig. Ook al had de buurt iets van New York, met allemaal artistieke, oud gemaakte stoffen, gebouwen vol politiek getinte graffiti en winkels met dunne jongens in geruite hemden en onvruchtbaar makend strakke spijkerbroeken, alles ademde gastvrijheid. Ik kon me niet heugen dat ik ooit zoveel onbekende mensen had gegroet. En als door de wol geverfde Londense wist ik niet precies wat ik daarvan vond, tot mijn tweede macchiato met esdoornsiroop, waarna ik vrede sloot met de hele wereld.
Tegen de tijd dat we alles van Ethans lijstje met bezienswaardigheden hadden afgewerkt (helaas was het geen echte lijst) hadden we een bezoek gebracht aan de CN Tower, de Hockey Hall of Fame, waren we over de boulevard gelopen, hadden we overwogen het Royal Ontario Museum in te gaan maar uiteindelijk alleen de bizarre architectuur bekeken (het leek net alsof er een ruimteschip in het Victoria & Albert Museum was neergestort), waarna we ons ten slotte op het het dakterras van het Thompson Hotel installeerden, waar ik heel Toronto voor me uitgestrekt zag. (Ondanks mijn ontzettende hoogtevrees moest ik toegeven dat het uitzicht prachtig was. En zolang ik ver genoeg van de rand bleef, ging het goed. Min of meer.) Het ging me te ver om de ster van Bryan Adam op de Canadese walk of fame te bezoeken, maar ik waardeerde Ethans enthousiasme voor zijn nalatenschap. Ik was ook afgepeigerd en ik snakte naar een stoel. Em en Matthew hadden allebei ge-sms’t dat ze de hele dag op hun kont op het dakterras van ons eigen hotel hadden gezeten. Ondanks het feit dat ik echt een heerlijke dag had gehad, was ik een beetje jaloers.
Ethan was een geweldige gastheer geweest. Hij hield de deur voor me open, trok mijn stoel onder de tafel uit en wilde alles betalen. Alles wat hij zei was grappig of lief, en altijd interessant. Hij was politiek betrokken, hij was intelligent; ik kwam erachter dat hij van zijn vak hield, net zoveel tijd doorbracht met het lezen en voorbereiden van zijn lessen als met wandelingen met Sadie, zijn golden retriever, en zijn gezicht was een open boek. Geen valse schijn, ik hoefde nergens naar te raden. Ik stelde een vraag, hij gaf antwoord. Hij stelde een vraag en wilde het antwoord horen. Ethan Harrison was in alle opzichten de perfecte man.
Dus ik kon alleen maar hopen dat het door de jetlag kwam dat ik totaal, maar dan ook totaal onaangedaan bleef onder zijn attenties. We zaten naast elkaar aan een hoge tafel, niet te dicht bij de rand van het terras. Ik keek naar hem terwijl de ondergaande zon een gloed op zijn haar wierp en schaduwen op zijn knappe gezicht creëerde. Waarom voelde ik niets? Toen ik eenmaal over de eerste zenuwen en potentiële beroerte heen was, was er iets vreemds met me gebeurd: niets. Ik mocht Ethan graag, maar daar bleef het bij. Wat ik ook probeerde, meer voelde ik niet.
‘Heb je echt het brandalarm aangezet in het Savoy?’ vroeg hij achter een enorm bord met iets wat eruitzag als frites en jus onder een laag babyvoeding. Het was niet het smakelijkste gerecht dat me ooit was voorgezet, maar hij verzekerde me dat poutine een delicatesse was. Ik zag niet direct hoe de kok hier esdoornsiroop in verwerkt zou kunnen hebben en dus lokte het me niet bijzonder.
‘Echt waar,’ zei ik. ‘Maar niet als de politie ernaar vraagt, want dan zeg ik dat het een ongelukje was en dat ik er niets mee te maken heb gehad.’
Vanwege de manier waarop ik weer met hem in contact was gekomen, had ik tot dusver niets over mijn to do-lijst gezegd, maar nu we hier zo zaten, raakten we door onze gespreksstof heen. En snel ook. Ik wist niets van ijshockey; hij volgde het voetbal niet meer. Hij maakte graag lange wandelingen. Een overlevingstocht in de vrije natuur zonder schroevendraaier was een van mijn grootste angsten. Ethan keek geen tv. Keek. Geen. Tv. Waar moest ik het verder over hebben?
‘Je bent knetter.’ Rond zijn blauwe ogen verschenen vriendelijke lachrimpeltjes. ‘Ik wist dat je een gekke meid was, maar nu zie ik dat je supermaf bent.’
‘Eigenlijk niet.’ Ik wreef over de tattoo op mijn rechterpols. De huid was bijna weer helemaal glad. ‘Eigenlijk ben ik heel gewoon. Volgens sommige mensen ben ik zelfs heel saai.’
‘Dat geloof ik niet,’ zei hij. ‘Wie zou jou nou ooit saai kunnen vinden?’
Ik zette mijn elleboog op de tafel en lachte verstolen achter mijn hand. Ik had nog maar een paar slokjes gedronken, maar het werd nu al mistig in mijn hoofd. Het gevaar van jetlag en cocktails. Jetlag en cocktails. Een goeie mix om saaie maandagen op te leuken.
Je weet wat hier mis is, fluisterde Rode Rachel, die uit het niets verscheen. Je weet precies wat hier mis is.
Aardig van haar om aan het eind van de dag aan te komen zetten. Dit was misschien de enige keer dat je kon spreken van beter nooit dan laat.
‘Serieus, ik ben echt een voorstander van een rustig leventje.’ Ik verkoos mijn bitchy alter ego te negeren, maar terwijl ik het zei, wist ik dat het niet meer waar was. ‘Ik hoef niet elke woensdag een topmodel een klap te verkopen.’
Oké, dat was wel waar, maar ik wilde ook niet elke donderdagavond spaghetti bolognese maken voor een man die het niet verdiende. Ik zou het gewoon liever voor mezelf maken. Misschien voor Emelie. Voor Matthew zou ik nooit meer iets koken. Uit Ethans gezichtsuitdrukking maakte ik op dat hij nog bij ‘een topmodel een klap te verkopen’ was.
Ik pakte een frietje waar zo te zien niet veel jus en onrijpe kaas op zat. ‘Trouwens, dat was Emelie.’ Ik zette mijn tanden in het frietje. Ik legde het neer. Jasses. ‘Ik heb alleen het brandalarm aangezet.’
‘Niet te geloven dat je zo bent veranderd.’ Ethan begon met veel meer enthousiasme aan zijn poutine. ‘Je weet toch wel dat je een fantastische vrouw bent?’
Fantastisch. Rode Rachel naast me begon te gapen. En hij was dood- en doodsaai.
Rode Rachel was een beetje gemeen. Maar verontrustend correct.
‘Nee, niet zo fantastisch. We hadden een maand geleden contact op moeten nemen.’ Ik trok een wenkbrauw op. ‘Toen was alles heel anders.’
Maar natuurlijk hadden we een maand geleden geen contact op kunnen nemen, omdat ik er zonder mijn lijstje nooit aan zou hebben gedacht hem op te sporen. Matthew zou hem nooit een berichtje hebben gestuurd. Ik zou nooit in een bar in Toronto hebben gezeten. Ik zou met een halve pizza en een fles witte wijn waar ik maagpijn van kreeg naar Match of the Day hebben zitten kijken.
Ethan deed alsof hij een microfoon voor mijn snufferd hield. ‘Vertel eens, Rachel Summers, wereldvisagiste, waar bevind je je over vijf jaar?’
‘Ook weer een antwoord dat een maand geleden heel anders zou zijn geweest,’ zei ik, terwijl ik me afvroeg wat het antwoord nu zou zijn. ‘Moeilijke vraag, meneer Harrison.’
‘Hoezo?’
‘Een maand geleden zou ik de zenuwen hebben gekregen bij de gedachte hoe oud ik over vijf jaar ben. Drieëndertig. Angstaanjagend.’ Ik deed mijn ogen dicht en slikte. ‘En ik zou beslist hebben gezegd dat ik dan getrouwd was en een kind had. Misschien wel twee. Waarschijnlijk zou dat alles zijn.’
Ethan glimlachte gelukzalig. ‘Dat lijkt op mijn antwoord.’
‘Ik weet alleen niet zeker of het nog steeds het mijne zou zijn.’ Ik wreef over mijn tattoo en schoof mijn haar achter mijn oren, waarna ik het weer rond mijn gezicht liet vallen. ‘Drieëndertig lijkt me nu niet half zo afschrikwekkend als het idee kinderen te hebben.’
‘Wat wil je dan?’ vroeg hij.
Ik lachte even. ‘Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik weet alleen dat ik steeds beter weet wat ik niet wil.’
‘Denk je dat je in Londen blijft wonen?’ vroeg Ethan terwijl ik me omdraaide om naar de ondergaande zon boven de stad te kijken. Het was nooit bij me opgekomen dat het hier zo mooi zou zijn. Eigenlijk had ik, net zomin als over zoveel andere dingen, nooit echt over Canada nagedacht. Ik was blij dat Matthew me had meegenomen; ik voelde me als een vis in het water. Of een iets flatteuzer dier. De lichtjes van de CN Tower begonnen zich net af te tekenen tegen de matte hemel en in de verte schitterde het Ontariomeer. ‘Ik heb gehoord dat er een tekort aan visagistes is in Toronto.’
‘Echt?’
Saa-aai, jammerde de roodharige. Hij is oubollig en saai. Zijn we daar intussen niet klaar mee?
‘Echt.’
Het zou het perfecte moment voor een kus zijn geweest, na al die jaren nu naast elkaar, onze knieën schampend onder de tafel, met een drankje aan het eind van een heerlijke dag, maar toen puntje bij paaltje kwam waren mijn vlinders ergens anders naartoe gefladderd.
‘Je zou het waarschijnlijk pas missen als je er weg bent.’ Ethan verbrak de spanning. ‘Ik denk dat dat typisch iets van steden is – je raakt gewend aan alles wat ze je te bieden hebben, maar je staat er nooit bij stil totdat het er niet meer is. Ik heb na mijn studie een zomer in New York gewoond en toen ik weer in Toronto kwam, was alles hier zo langzaam, alsof het allemaal eeuwen duurde. Maar nu zou ik hier nooit meer weg willen. Ik wil gewoon naar mijn werk gaan, thuiskomen, met de hond wandelen en ontspannen.’
‘Klinkt goed,’ zei ik. De Rachel van vorige week zou dit oprecht als een zaligheid hebben beschouwd. Rode Rachel stak twee vingers in haar keel. En ergens daartussenin wist de echte Rachel dat dit leven niet voor haar weggelegd was. Hoe heerlijk en romantisch het ook had geleken om een tienerdroom waar te maken, het ging gewoon niet gebeuren.
Hij wreef over zijn gezicht en steunde zijn kin op zijn vuist. ‘Ik kan me er gewoon geen voorstelling van maken hoe saai mijn leven in jouw oren moet klinken. Ik bedoel niet dat ik elke dag in mijn huis zit te wachten tot het bedtijd is. Ik bedoel alleen dat dit een geweldige stad is als je niet voortdurend op kicks uit bent. Het is hier geweldig.’
‘Het is prachtig.’ Ik speelde met het kleingeld in de zak van mijn jurk en had geen idee wat ik moest zeggen. ‘En er staan dieren afgebeeld op het geld.’
Ethan glimlachte. Ik vroeg me af wanneer ik geestelijk gestoord was geworden.
‘Ja, inderdaad.’ Hij boog zich naar me toe en haalde wat haar achter mijn oor vandaan.
‘Bevers.’ Ik liet het hem zien. ‘En is dat niet een eland? Wat leuk.’
‘Daar heb ik nooit echt bij stilgestaan.’ Zijn lachje was een beetje scheef, maar zijn tanden waren dankzij de beugel perfect. Waarom viel ik niet op hem? Er was echt iets niet in orde met me. ‘Ik geloof dat ik bij heel veel dingen nooit heb stilgestaan.’
Uit de mond van dwazen komt niets dan dwaasheid, luidde het commentaar van Rode Rachel, terwijl ze links van me haar nagels aan een onderzoek onderwierp.
‘Ik heb zitten denken.’ Ethan boog zich naar me toe voor de genadestoot.
Zijn lippen waren maar heel even op de mijne. Het was niet eens een echte kus, meer een verkenning, en voor ik wist wat er gebeurde was hij voorbij. Het was een zachte, lieve en perfecte eerste kus.
Hij was alleen geen Dan.
‘Ik heb zojuist gezoend met Rachel Summers,’ zei Ethan blozend, terwijl hij zijn hand op de mijne legde en er zacht in kneep. ‘Wacht maar tot ik dat aan de andere jongens vertel.’
‘Je hebt er maar twaalf jaar over gedaan,’ zei ik kalm terwijl ik probeerde te glimlachen. Wat was er met me aan de hand? Waarom zat ik aan Dan te denken? Ik probeerde me voor te stellen hoe ik me zou voelen als we achter de gymzaal stonden, waar zijn Lynx Java-geur zich zou vermengen met mijn Impulse Vanilla Kisses, in plaats van op het dakterras van een chic hotel, ik met mijn Daisy van Marc Jacobs en hij zonder luchtje. De geur van hondenvoer op frites deed er niet veel goed aan, maar dat was niet echt het probleem.
Ik had zo mijn best gedaan om er iets van te maken met Ethan dat ik compleet voorbijgegaan was aan iets veel verontrustenders. En dat was niet het eten. ‘Goed, wat wil je nu graag doen?’ vroeg hij. ‘Een filmpje pakken misschien? Uit eten? Je vindt de poutine niet echt lekker, hè?’
‘Sorry, maar ik ben nogal afgepeigerd.’ Ik geeuwde om mijn woorden kracht bij te zetten. ‘Ik wil eigenlijk alleen maar naar bed.’
‘Naar bed?’ Als hij doorging met blozen, was hij überhaupt niets waard in de slaapkamer. Elk druppeltje bloed in zijn lichaam vloog spoorslags naar zijn wangen.
‘Mijn bed,’ haastte ik me te verklaren. Jemig, wat een manier om iemand iets verkeerd te laten opvatten. ‘Ik moet naar mijn bed, slapen. Jetlag.’
Zodra de woorden eruit waren, was het alsof mijn lichaam het gewoonweg opgaf. Terwijl de hemel boven ons hoofd van poederblauw overging in zacht, wazig paars, kon ik mijn ogen bijna niet meer openhouden en het enige wat ik wilde was naar mijn bed. Misschien werd mijn oordeel beïnvloed door mijn slaperige toestand. Ik moest tot rust komen. Met een helder hoofd zou ik er wel achter komen wat er precies mis was met deze situatie. Of op zijn minst wat er mis was met mij.
Rode Rachel stond al bij de lift op haar horloge te tikken. Ze leek precies te weten wat er gaande was. Wilde ze mij er maar deelgenoot van maken.
‘Agossie, je moet wel helemaal kapot zijn van de jetlag.’ Ethan keek een beetje sip, maar gentleman die hij was, vroeg hij de ober om de rekening en kneep nog eens in mijn hand. ‘Ik heb een fijne dag gehad. Het was geweldig om bij te praten.’
‘Absoluut.’ Het was echt fijn geweest. Het was alleen niet de duizelingwekkende romance waarop ik me had ingesteld. ‘Heel erg bedankt voor de rondleiding.’
‘Kom, dan breng ik je naar je hotel.’ Hij gooide een paar bankbiljetten op de bar en zond de serveerster een glimlach toe. De kuiltjes die ik toen ik zestien was zo aanbiddelijk had gevonden kwamen in al hun glorie in beeld. Ik wilde niets liever dan begrijpen wat er met me mis was. Het kwam toch niet alleen doordat hij nooit tv-keek?
‘Bedankt.’ Ik sprong van mijn barkruk en liet hem zijn vingers om de mijne sluiten, in de hoop dat ik een kriebelig, fijn gevoel in mijn buik zou krijgen. Het enige wat ik voelde was dat ene frietje dat daar rondspookte. Dat was nog eens een onderwerp voor een echt liefdesverhaal.
‘We zijn er.’ Ethans degelijke auto stopte voor de glanzend zwarte gevel van The Drake.
Ik maakte mijn riem los en lachte hem zo aardig en slaperig mogelijk toe. Ik hoopte althans dat het zo overkwam, en dat ik niet alleen maar scheel keek. ‘Heel erg bedankt, het was enig.’
‘Vond ik ook.’ Hij zette de motor uit en greep het stuur vast. O o, hij trok een erg serieus gezicht. ‘Ik weet dat je woensdag vertrekt, maar heb je al plannen voor morgen?’
‘Ik weet het niet,’ loog ik. ‘Is het goed als ik je daarover sms?’
‘Natuurlijk.’ Hij draaide zich naar me toe. ‘Ik zou het leuk vinden je nog eens te zien. Het was geweldig vandaag.’
‘Goed.’ Ik draaide me snel om, legde een hand op de deurkruk, boog me naar hem toe voor een kus op zijn wang, en daarna schoot ik de auto uit. ‘Welterusten, Ethan.’
Ik sloeg het portier hard dicht en was al veilig in het hotel voordat ik hem de motor hoorde starten.
‘Hallo, miss Summers.’ De receptioniste wuifde me toe. ‘Fijne avond gehad?’
‘Ja hoor.’ Ze keek even vertwijfeld als ik. Em had me ge-sms’t met de vraag of ik bij Matthew en haar in de bar kwam zitten, maar aangezien ik deze avond kennelijk niet in staat was contact te maken, liep ik meteen door naar de trap. Ik kon nu fijn douchen zonder toeschouwers.
‘Nou, slaap lekker,’ riep ze me na.
‘Ja, hoor,’ mompelde ik op de trap.
Dat mocht ik verdomme hopen.